BOO!

Vaak zie je door de bomen het bos niet meer. Zoveel manieren om je klanten, prospects, leden of bezoekers te bereiken. Maar waar te beginnen? Een campagne op Facebook, zoekopdrachten afvangen via Google Ads, visuele content delen op Pinterest of E-mailmarketing op touw zetten?

Zoveel opties, zo weinig tijd.

Heb je als organisatie keuzes gemaakt, dan is er het heikel punt van kennis. Op zo’n moment kom ik in the picture. Met de vraag om het op te tuigen én, niet onbelangrijk, succesvol te maken.

Natuurlijk ga ik graag direct aan de slag. Maar wat er vaak mist, is de basis op orde (BOO).

  • Is de website goed bereikbaar? Veilig voor bezoekers (https)? Leesbaar op mobiele apparaten?
  • Worden bezoekers en bezoeken gemeten?
  • Staan er doelen ingesteld? Hoe is het succes te meten?

Zaaien en oogsten

In het verleden had ik een klant die de marketingactiviteiten indeelde in drie fasen: zaaien, oogsten en cultiveren. Een mooie analogie en goed tastbaar te maken. Maar daar ontbrak echter een goede basis. Om de analogie volledig te maken: omploegen. Want zonder goede grond, heeft zaaien geen nut en kan je al helemaal niet oogsten.

Mijn werk begint daarom altijd met doorvragen of de basis goed staat (ik roep gewoon even BOO!). De website is daarbij vaak het belangrijkste element. Ik help bedrijven onder andere met Google Analytics implementaties en optimalisaties, het bepalen en instellen van doelen en het juist meten en koppelen met marketing- en communicatiekanalen.

Doe mij maar warm!

Heb je liever koude of warme soep?

En liever koude of warme prospects voor je bedrijf?

Hoe warmer de doelgroep, hoe meer ze geneigd zijn om je product te kopen of je dienst af te nemen. En die doelgroep verstopt zich echt niet:

  • Bezoekers van je website
  • Fans van je Facebook-pagina
  • Aanmelders op je nieuwsbrief
  • etcetera

Online marketing doe je pas echt goed, als je weet wie je wel en wie je niet moet bereiken. Het uitsluiten van kopers (bv. voor e-commerce shops) of ingevulde leadformulieren (bv. B2B) in je marketinguitingen, behoort ook tot de BOO. Want alleen zo kan je bezoekers van je website opnieuw benaderen (retargeting) zonder degenen te bestoken die nét iets van je gekocht hebben. We weten allemaal hoe irritant dat kan zijn.

Pixels en cookies

Tot zover begrijpen de meeste organisaties wel wat de ‘basis op orde’ omvat en roepen ze samen met mij BOO! Maar hoe werkt het technisch?

Ik heb een hele sterke voorkeur om niet te veel met websitebeheerders te werken. Niet omdat ik ze niet aardig vind (er zitten hele toffe peren tussen!), maar omdat ik vaak sneller wil en het liever zelf doe.

Om bezoekers op je website te ‘vangen’, zodat je ze later beter kunt bereiken op andere kanalen, is er een stukje code nodig, die zorgt voor cookies bij bezoekers. Daar zijn ze al:

De grote jongens zoals Facebook, Google, LinkedIn en Pinterest, hebben echter allemaal hun eigen stukje code voor registreren van websitebezoek. En weer een ander stukje code voor het registreren van doelen of verkopen op een site. Om dat steeds te moeten doorgeven en te implementeren is best veel werk. En dus bestaat er een tool waar ik dit zelf in kan zetten en die maar eenmalig door een script op de website geplaatst hoeft te worden: Google Tag Manager.

Ik blij. Websitebeheerder blij. Klant blij.

Plaatsing van deze pixels valt voor mij echt onder de BOO. Want je gaat vanaf dat moment al pools opbouwen van prospects en websitebezoekers.

En daarna gaan we aan de slag. Op Facebook, LinkedIn, Pinterest, Instagram, via Google Ads, door een nieuwsbrief, enzovoort.

Als de basis goed staat, zijn de resultaten altijd beter dan door maar gewoon te beginnen. Zaaien en oogsten gaat een stuk beter op goed onderhouden grond. Dus eerst de basis op orde: BOO!


E-mail is en blijft een waardevol kanaal voor marketing en communicatie om een boodschap over te brengen naar een geïnteresseerde doelgroep. Waar social media vluchtig zijn (niet kijken = berichten missen) en zoekmachines pas in beeld komen als men iets nodig heeft, is een bericht in de inbox bijna altijd zichtbaar voor de ontvanger.

Omdat e-mailmarketing een lange geschiedenis heeft, is het bij veel organisaties een ondergeschoven kindje. “We hebben het altijd zo gedaan” hoor ik vaak. Vanwege de drukte wordt er niet naar de resultaten van de mails gekeken. Terwijl enkele slimme trucjes ervoor zorgen dat je nog beter zichtbaar wordt bij je ontvangers.

1. Testen, maar wel met hypothese

Veel e-mailmarketing tools bieden opties om te testen. Onderwerpregel, afzender, tijdstip en inhoud bijvoorbeeld. Ik merk dat, áls er al wordt getest, dit vaak gebeurt ‘omdat het kan’. E-mailsystemen bieden mogelijkheden om twee onderwerpregels op een deel van de doelgroep te testen en vervolgens de winnende variant naar de rest van de database te sturen. Wil je dat elke keer doen? Of wil je juist leren van de testen, zodat je nieuwsbrieven beter worden?

Ik denk het laatste. Stel een hypothese, test deze en ga in de volgende nieuwsbrief verder met de winnende variant. Test het minimaal 2 keer en kijk ook of het statistisch significant is wie de winnaar is, of dat het berust is op toeval. Pas dan kan je het openingspercentage (test afzender, onderwerp en tijdstip) en doorklikpercentage (tijdstip en inhoud) optimaliseren.

 2. Pas profielverrijking toe

Profielverrijking CheckboxenVeel organisaties weten weinig tot niets van hun nieuwsbrief-ontvangers. Een e-mailadres en een voornaam zijn er meestal nog wel, maar dan houdt het op. Hoe meer je weet over je ontvangers, hoe relevanter je de inhoud van je nieuwsbrieven kunt maken. En hoe relevanter, hoe beter. Vooral als de mailbox van je ontvangers uitpuilt van nieuwsbrieven.

Er zijn diverse manieren om meer te weten te komen over je ontvangers:

  1. Koppel je CRM-systeem met je e-mailmarketingsysteem en verrijk de ontvangers met informatie uit je klantsysteem.
  2. Vraag informatie bij het aanmeldformulier op je website. Let op: vraag hier alleen de belangrijkste informatie op. Een te lang formulier werkt drempelverhogend.
  3. Vraag extra informatie bij de bevestigingsmail. Na aanmelden ontvangt men een mail met de bevestiging. Plaats hier een linkje in waarin ontvangers hun profiel kunnen aanvullen. Laat duidelijk weten dat het zorgt voor betere en meer relevante nieuwsbrieven voor de ontvanger en geef ook een concreet voorbeeld hiervan.
  4. Vraag om meer gegevens in een reguliere nieuwsbrief. Zet zo nu en dan een artikel in de nieuwsbrief waarbij je uitlegt waarom je meer gegevens van de ontvanger wilt hebben. Leg uit dat het doorgeven van een postcode ervoor kan zorgen dat evenementen bij hem/haar in de buurt eerder in de mailbox verschijnen. Of dat je die korting echt krijgt op je verjaardag.
  5. Maak een campagnemail die specifiek is gemaakt voor het vragen om meer gegevens. Je kunt hierin het belang uitleggen voor de ontvanger. Of je maakt het speels door gamification toe te passen: “je profiel is 80% compleet” geeft een psychologisch duwtje in de rug om de laatste gegevens in te vullen. Je kunt dit ook instellen als campagnemail (marketing automation) die bijvoorbeeld 1 en/of 6 maand na aanmelding in de mailbox verschijnt.
  6. Maak een poll of enquête. Mensen zijn gevoelig voor polls. En vooral hoe hun antwoord scoort ten opzichte van anderen. Korte enquêtes hebben ook dit effect. Zorg er dus voor dat het mes aan twee kanten snijdt: de ontvanger kan zijn kennis testen, zijn mening geven of het antwoord op een vraag krijgen. Jij krijgt de beschikking over het antwoord, waarmee je natuurlijk wel iets zou moeten kunnen in je nieuwsbrieven. Voorbeeld: wat voor type vakantievierder ben jij? Door de uitslag te laten zien, weet de ontvanger of hij uniek is of juist een kuddedier. Jij kunt het vervolgens gebruiken om je content op deze groepen af te stemmen.
  7. Gebruik klikverrijking. De meeste (goede) e-mailmarketingtools hebben de mogelijkheid om verrijking toe te passen aan de hand van link clicks. Klikt iemand op een uitgaande link, dan wordt in de database een veldje aangevinkt. Stel dat je schoenen voor kinderen, dames en heren verkoopt, dan kan je deze ‘interesses’ laten vullen door het klikgedrag van de ontvangers. Klikt iemand minimaal 3 keer (in meerdere nieuwsbrieven) op kinderkleding? Dan valt deze persoon in het hokje ‘geïnteresseerd in kinderkleding’.

Zorg er wel voor dat de data actueel blijft. Interesses van mensen veranderen, werkenden veranderen regelmatig van functie, kinderen gaan het huis uit en men wordt elk jaar een jaartje ouder. Vraag dus regelmatig aan ontvangers of de data nog actueel is. Men kan het dan zelf aanpassen en je laat ook zien wat je weet van je ontvangers: helemaal conform de huidige AVG-wetgeving.

3. Wees goed zichtbaar op diverse clients en op mobiel

Marketeers en communicatiemensen werken op kantoor en zitten vaak achter een computerscherm of laptop. Daar ziet de nieuwsbrief er goed uit. Maar (met name in de consumentenmarkt) opent meer dan 50% nieuwsbrieven primair op smartphones. Bekijk je nieuwsbrief dus eens op mobiel. Ziet die er dan nog steeds zo strak uit? Of verspringt alles?

Veel e-mailmarketingtools hebben ingebouwde checks op devices en clients (zoals Outlook, Gmail, Hotmail, etc.). Daarnaast zijn er nog tools zoals E-mail on Acid en Litmus die je nieuwsbrief checken voor alle mogelijke situaties van je ontvangers.

4. Bedenk e-mailmarketing flows (marketing automation) en zet ze op

Je kunt elke week een mail gaan sturen, die uiteindelijk steeds minder aandacht krijgen vanwege het herhalende karakter. Maar je kunt ook je ontvangers bereiken met een automatische campagne. Is dat niet onpersoonlijk? Absoluut niet.

Een e-mailflow kan eenvoudig zijn; denk aan de verjaardagsmail die je tegenwoordig van elke organisatie ontvangt. Het kan ook complexer zijn. Vanuit mijn werk heb ik bijgedragen aan een campagne voor een organisatie in baby- en kinderartikelen. Op basis van juiste, beschikbare data (uitgerekende datum, geboortedatum, geslacht kind) die de ontvanger ingevuld heeft, werd er elke 3 maanden een nieuwsbrief verzonden met tips over het kind op basis van de leeftijd op dat moment. En natuurlijk is er in elke fase een ander product nodig (buggy, kinderwagen, stoeltje, et cetera). De campagne start op basis van de geboortedatum van het kind. Zeer relevant en verrassend voor de ontvanger.

Het bedenken van zo’n campagne vergt even tijd, maar daarna staat de flow voor lange tijd goed. Het is enkel van belang om periodiek de content te reviewen en er voor te zorgen dat producten actueel en verkrijgbaar zijn, indien nodig.

Knab e-mail marketing automation
Op basis van een datum een mail versturen. Leuk, maar Knab maakt het zelfs actueel!

5. Frequentie is niet heilig

Het is het wekelijkse of maandelijks pijnpunt: de periodieke nieuwsbrief. Input is altijd te laat, artikelen staan vaak net op tijd klaar, en er moet nog wat extra informatie bij elkaar gesprokkeld worden. Wat een stress elke keer!

Zit je ontvanger écht elke vrijdag om 14.00 uur te wachten tot jouw nieuwsbrief binnen komt? Die kans is erg klein. Vaak worden je resultaten alleen maar beter als je minder frequent een mailing stuurt. En als het lukt, probeer eens een mailing te sturen als er echt nieuws is of je iets te melden hebt, in plaats van op vastgestelde momenten. En check wel de resultaten om te zien wat het voor effect heeft gehad.

6. Maak relevante nieuwsbrieven of artikelen door segmentatie

De betere e-mailmarketingtools beschikken erover: variabele blokken in de mailing. Een variabel artikel wordt alleen aan de ontvanger getoond indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Ben je dus goed bezig geweest met profielverrijking? Dan laat je een contentblok alleen zien aan personen met ‘eigenschap X’ of ‘interesse Y’. Hondenbezitters hoeven die aanbieding voor kattenvoer namelijk helemaal niet te ontvangen. Zo maak je je nieuwsbrief relevant voor de ontvanger en verhoog je de kans op goede resultaten en een positief merkbeeld bij je doelgroep.

Beschik je over voldoende gegevens van je ontvangers? Maak dan eens een dedicated nieuwsbrief over een bepaald onderwerp, evenement of product. Heb je 500+ personen die een vinkje hebben bij een interesse, maak dan een nieuwsbrief met ‘Alles over interesse X’. Zowel in het onderwerp als in de inhoud noem je deze kernwoorden. Kijk dan eens wat het doet met je openingsratio en CTO (click-to-open ratio) voor deze ontvangende doelgroep.

7. Zorg voor een goede aflevering van je e-mails

Veiligheid boven alles. Vooral door de vele spam en phishing-mails die dagelijks naar mailadressen worden verzonden, zijn clients geneigd om er voor te zorgen dat mails goede bedoelingen hebben. Je kunt een paar dingen doen om ervoor te zorgen dat jij niet op een zwarte lijst terechtkomt:

  1. Mail naar klanten of gemachtigden. Je mag alleen je klantenbestand mailen én degenen die daar toestemming voor hebben gegeven, bijvoorbeeld door zich aan te melden voor je nieuwsbrief. Voeg niet lukraak e-mailadressen toe, want de kans is dan zeer groot dat ontvangers vaak op ‘Als spam markeren’ klikken. En dan kom je snel op de gevreesde blacklists.
  2. Zorg voor SPF-records. Door een SPF-record in te stellen voor je mailadressen, laat je zien welke servers gemachtigd zijn om mails te versturen namens een domeinnaam.
  3. Stel DMARC, DKIM en Sender ID in. Dit zijn enkele technische zaken die je doorvoert (of laat doorvoeren) om de aflevering van je mails te verbeteren. Clients checken deze technische specificaties om de afzender van een mail te identificeren (DKIM), voor een extra bevestiging om te laten zien dat je met veiligheid bezig bent (DMARC) en als extra slot op de deur voor je SPF-records (Sender ID). Er zijn diverse websites die je kunnen helpen met testen of deze technieken momenteel worden gebruikt en wat je moet doen om dit in te stellen.

8. Gebruik een professionele tool

Net als overal in het online landschap, verandert er in de e-mailmarketingwereld ook veel en met een hoog tempo. E-mails worden geopend op steeds meer verschillende apparaten, mobiel overheerst, technieken veranderen en clients zijn scherper op spamgevoeligheid. Ook zorgen innovaties zoals dynamische opbouw van mails en afbeeldingen ervoor dat e-mailtools zich moeten blijven ontwikkelen.

Zorg er dus voor dat je een professionele e-mailmarketingtool hebt. Veel tools zijn verouderd (groeien niet mee met de trends) of beschikken niet over de mogelijkheden die jij graag zou willen, nu of in de toekomst. Kies daarom voor een goede tool met klantenservice die je kan helpen als je dat nodig hebt. Zelf ben ik te spreken over Spotler, maar ook Clang en Copernica zijn Nederlandse e-mailtools met uitgebreide mogelijkheden en goede doorontwikkeling. Kies meerdere tools in een voorselectie en laat je daarover informeren (bijvoorbeeld door mij ;-)).

Vaak hoor ik Mailchimp voorbijkomen. Dat is inderdaad een tool die (wereldwijd) veel wordt gebruikt. Waarom? In de basis is Mailchimp gratis en het is eenvoudig te gebruiken. Voor een grote, professionele organisatie is het echter te beperkt en het wordt al snel ingewikkeld als je stappen wilt zetten. Ook vanwege de Amerikaanse achtergrond van de tool en de focus op dat andere continent; voor bijvoorbeeld AVG-perikelen kan je beter schakelen met een Nederlandse partij.

Ga aan de slag!

Bovenstaande tips en tricks zijn belangrijke zaken om goed op orde te hebben. Maar er is altijd meer te doen. Zorg er voor dat je je kundig laat adviseren. Ik kan je hier bij helpen. Ik heb diverse klanten geholpen met E-mailmarketing strategieën, campagnes, testen, mails opmaken en marketing automation toepassen.

Dus: zijn bovenstaande tips nog niet voldoende voor je en wil je meer? Of heb je hulp nodig bij het op de rit zetten of houden van je E-mailmarketing? Laat het dan aan me weten door het contactformulier of bel me!


Begin oktober kondigde Facebook een wijziging aan in de Facebook Pixel. Voor als je niet weet wat dit inhoudt: dit is een klein stukje code die je op je eigen website plaatst om onder andere conversies op je website te relateren aan je advertenties op Facebook en om websitebezoekers een advertentie binnen de Facebook-platformen te tonen.

Wat is er veranderd?

Nog niks.

Okee, wat gáát er veranderen?

De Facebook Pixel maakte gebruik van een third party cookie en dit wordt nu (deels) een first party cookie.

En in normale mensentaal?

Een cookie is een bestandje dat op het apparaat van de websitebezoeker wordt gezet, om meer informatie op te slaan en eventueel te delen met andere platformen. Gebruik je Google Analytics, dan slaat de cookie bezoekgegevens op, zodat de website-eigenaar statistieken over zijn website kan bekijken. De Facebook Pixel die op een website staat, doet hetzelfde en schiet gegevens door naar Facebook. Deze cookie is van een ‘derde partij’, namelijk Facebook. Zet je zelf een script op je website dat cookies maakt, dan is dat van jezelf afkomstig en dus ‘first party’.

Waarom deze verandering?

De afgelopen tijd zijn er enkele ontwikkelingen waar Facebook niet echt blij mee is. Diverse overheden en instanties zorgen voor strengere wetgeving als het gaat om het delen van gegevens met derden. Denk hierbij ook aan de AVG-wetgeving. Daarnaast nemen internetgebruikers en browsers het heft in eigen handen door ad blockers te installeren waardoor advertenties niet meer vertoond worden. Deze tools detecteren welke codes en scripts niet van de bezochte website zelf zijn (maar dus van een third party) en blokkeren deze scripts waardoor de advertenties niet verschijnen. Dit geldt ook voor cookies die niet noodzakelijk zijn voor de werking van een website (dus o.a. of Facebook) en die worden vervolgens tegengehouden.

En dan is Facebook dus de pineut?

Precies.

Omzeilen ze hierdoor dan de regels en ad blockers?

Ja, daar lijkt het wel op. Browsers en ad blockers gebruiken vaak de regel dat de ‘afzender’ van een cookie dezelfde moet zijn als de website waar deze op staat. Dat is op dit moment niet het geval, aangezien Facebook niet dezelfde afzender is als de website waar de Facebook Pixel op staat. Bij een first-party cookie zijn de afzenders gelijk, omdat het lijkt alsof het van de zelfde website afkomstig is. De ad blockers zullen dit dus doorlaten.

Facebook is dus weer rebels aan het doen?

Nou, Google doet dit al heel lang met Google Analytics. Dat wordt ook als first-party cookie afgeschoten, zodat het gewoon wordt geaccepteerd en er dus bezoekersinformatie in de statistieken komt te staan. Maar Google ligt hier iets minder onder een vergrootglas dan Facebook.

Wanneer gaat dit live?

Facebook heeft aangekondigd dat dit vanaf 24 oktober zal gaan veranderen.

Wat moet ik dan veranderen? Krijg ik een andere Facebook Pixel code voor mijn website?

Nee, de code blijft hetzelfde. Alleen aan de kant van Facebook veranderen er zaken. Zij sturen een andere cookie naar websitebezoekers.

Heb ik ook nog een keuze?

Jazeker. Je kunt er voor kiezen om dit uit te schakelen in je Facebook Business Manager. Je gaat hiervoor naar het onderdeel ‘Events Manager’ en vervolgens naar ‘Pixels’. Hier zie je dat de First-Party Cookie Sharing door Facebook al ingeschakeld is. Je kunt er voor kiezen om dit uit te schakelen door het schuifje aan te klikken. Kies wel het goede schuifje, want het onderste schuifje (‘Opt into early access’) betekent dat je zo enthousiast bent over de verandering dat je direct de first-party cookies wilt aanzetten. Dat mag natuurlijk, wie houdt je tegen?

Wat is je advies?

Mijn advies: de Facebook Pixel wordt niet alleen gebruikt voor irritante retargeting, waar ad blockers zich aan storen en dus proberen tegen te houden. Door het gebruik van de Pixel maak je ook doelgroepen die je kunt uitsluiten van je advertentiecampagnes. Denk aan de kopers van producten of boekers van de vakantie. Die mensen vinden het juist irritant als het product of de reis wordt aangeboden die ze al lang hebben gekocht. De Pixel gebruik je ook om te meten welke advertenties en campagnes verkopen opleveren en wat dus beter werkt. Voor optimalisatie van je campagnes en het uitsluiten van groepen is de Pixel nog steeds handig.

Wil je braaf zijn, de regels respecteren en ad blockers hun ding laten doen? Laat de Pixel dan een third-party blijven en schakel de optie om het een first-party te laten worden, uit. Maar ben je veel bezig met advertentiecampagnes en wil je je doelgroep daarin zo optimaal mogelijk (en relevant mogelijk) bedienen? Dan kan het geen kwaad om het te laten veranderen in first-party. Facebook is hier verantwoordelijk voor en als regels veranderen of ad blockers hun beleid aanscherpen, dan merk je dat vanzelf.

Bij vragen kan je me altijd een berichtje sturen!


Bij een intakegesprek voor Customer Journey-trajecten krijg ik vaak dezelfde situaties voorgeschoteld: “Afdeling Marketing wil te vaak social updates en nieuwsbrieven sturen, Communicatie wil graag meer vaker aankondigingen sturen en Sales wil meer directe productaanbiedingen in onze digitale middelen, dus dat botst weleens.”.

Merk op dat het woord ‘klant’ niet één keer voorkomt in bovenstaande voorbeeld.

In het verleden ben ik betrokken geweest bij workshops waarbij zowel klanten als medewerkers van de organisatie aanwezig waren. In het eerste uur van deze sessies mochten medewerkers niets zeggen, alleen de klant kreeg het woord. De grimassen op de gezichten van de medewerkers waren onmiskenbaar. Je hoort ze denken.. “de klant snapt het niet, zo werkt het niet bij ons”. Die gedachten verstomden soms, maar vaak kwamen deze na het eerste uur toch op tafel.

Waarom is het zo moeilijk om op de stoel van de klant te gaan zitten?

Problemen in (vaak grotere) organisaties zijn vaak terug te voeren op interne spanningen. Iedereen is druk, we vliegen van meeting naar meeting. Meerdere afdelingen moeten wat van je. Ik schat dat 95% van alle medewerkers nooit klantcontact heeft. Collega’s zijn al vermoeiend genoeg.

Ik merk dat bedrijven niet zo zeer behoefte hebben aan inzichten in de klantreis, maar meer aan een Company Journey. Welke richting moeten we intern op?

Een goed voorbeeld is de nieuwsbrief. Naast maandelijkse nieuwsbrieven (een pain-in-the-ass om de zelfbenoemde ‘deadline’ elke keer weer te halen) worden er actienieuwsbrieven verstuurd. Niemand is hoofdverantwoordelijk en dus krijgen klanten meerdere mailings van verschillende afdelingen van het bedrijf. Geen quotum. Want elke afdeling vindt zijn eigen content het belangrijkst. Dus moet die klant dat maar vreten.

Mijn visie: breng eerst de Customer Journey in kaart en pas je interne processen daar op aan. Een klant of prospect kan veel beter in kaart brengen waar hick-ups zitten in je proces. Denk je vanuit de klant, dan begrijp je sneller dat niet elke nieuwsbrief noodzakelijk is. Dat niet elk kanaal geschikt is voor Sales. En niet elke klant dezelfde informatie hoeft te ontvangen. Heb je dat helder, begin dan pas met het ombuigen van de interne organisatie. Door grote veranderingen of door quick wins. Als de klant het maar merkt!

Er valt nog veel te winnen. Ik help bedrijven met het in kaart brengen van hun klantreis, én maak actieplannen om de interne organisatie te verbeteren.

Is dit bij jouw organisatie ook een hot topic? Laat het me vooral weten.